» direct naar zoek en menu

Tijdschrift voor webwerkers » Artikel #116

Digitale kloof of digitale sprong? - Internet in ontwikkelingslanden: de kansen en obstakels

In 2000 stelde de Verenigde Naties een aantal ambitieuze ontwikkelingsdoelstellingen op. Zo wil ze de armoede (mensen die van minder dan 1 dollar per dag leven) in 2015 hebben gehalveerd. Kan het gebruik van Informatie- en Communicatietechnologieën in ontwikkelingslanden hier een bijdrage aan leveren? Een bericht vanuit Tanzania over de kansen en obstakels van internetgebruik in Afrika.

De digitale kloof

Er was eens een schoenfabrikant die twee vertegenwoordigers in dienst had. De ene was een geboren optimist en de andere een geboren pessimist. Op een dag riep de fabrikant ze allebei bij zich en gaf ze de opdracht om uit te zoeken of er in Afrika een markt was voor zijn schoenen. De twee vertrokken naar Afrika en begonnen onafhankelijk van elkaar een marktonderzoek. Na een maand stuurde de pessimist een bericht: “Geen marktkansen, niemand heeft hier schoenen.” Even later kwam er bericht van de optimist: “Enorme marktkansen, niemand heeft hier schoenen!”

Wat zou er gebeuren als we deze pessimist en optimist naar Afrika sturen om te onderzoeken wat de potentie van internet is voor Afrika? In Nederland heeft 66% van de mensen toegang tot internet. Volgens internetworldstats.com heeft wereldwijd slechts 15% van de mensen (bijna 1 miljard) toegang tot internet. In ontwikkelingslanden ligt dit percentage nog lager. In Afrika heeft nog geen 3% toegang tot het web, terwijl in een land als Tanzania slechts 0,9% van de mensen wel eens over het web surft.

Dit wordt ook wel de digitale kloof genoemd. Volgens velen bestaat het risico dat ICT de kloof tussen rijke en arme landen nóg groter maakt. Een hardnekkige mythe volgens The Economist: “De digitale kloof is een symptoom van een meer essentiële kloof in inkomen, ontwikkeling en geletterdheid. Een computer is zonder waarde als je geen eten of elektriciteit hebt en niet kunt lezen.”

Beepen en flashen

Een gebied waar ontwikkelingslanden geen last lijken te hebben van de digitale kloof is de mobiele telefonie. Zo is het in Tanzania geen vreemd beeld dat je iemand op blote voeten over straat ziet lopen met een mobieltje in z’n hand. Het aantal mobiele abonnementen nam het afgelopen jaar in zuidelijk Afrika met 150% toe. Op dit moment hebben acht op de honderd Afrikanen een mobieltje. In 2001 was dat nog drie op de honderd. Mensen in ontwikkelingslanden geven naar verhouding meer aan telecommunicatie uit dan consumenten in industrielanden. Toestellen zijn overal verkrijgbaar vanaf 50 dollar (een gemiddeld maandloon) en op iedere hoek van de straat kun je je toestel voor $1 of $2 opwaarderen. Omdat bellen voor veel Afrikanen te duur is, wordt het toestel vooral gebruikt om te sms-en. Nog goedkoper dan sms-en (zelfs helemaal gratis) is het zogenaamde “beepen” zoals het in Tanzania heet of “flashen” zoals het in Nigeria wordt genoemd. Dit is iemand opbellen, de telefoon over laten gaan en vervolgens ophangen. Afhankelijk van het aantal keren dat de telefoon over gaat, de tijd, plaats, context en relatie tussen mensen worden zo verschillende boodschappen doorgegeven, van “het eten is klaar” tot “ik mis je”.

In een aantal ontwikkelingslanden is door de snelle ontwikkeling van de mobiele telefonie de trage opbouw van het vaste netwerk ingehaald. Zelfs in de meest afgelegen dorpen of kleine eilanden heb je nu ontvangst met je mobiele telefoon. Waar mensen voorheen soms uren moesten lopen om een boodschap te bezorgen kunnen ze nu een sms-je sturen of even “beepen”. Interessant is dat het succes van de mobiele telefoon in Afrika geen gevolg is van enige vorm van ontwikkelingshulp. Het is volledig opgezet door commerciële bedrijven die er een winstgevende markt in zagen.

Afrika kijkt terug

Het onverwachte succes van de mobiele telefoons in Afrika is te verklaren. Een mobieltje is betaalbaar, eenvoudig in gebruik, er is geen continue elektriciteit voor nodig en en je hoeft er niet voor te kunnen lezen en schrijven. Een computer daarentegen is een ingewikkeld en duur apparaat, je moet er Engels voor begrijpen en er is elektriciteit voor nodig.

Toch neemt het aantal internetaansluitingen in Afrika snel toe. Volgens Internetworldstats is het aantal internetgebruikers in Afrika in de laatste 5 jaar met 429% toegenomen. In de steden groeit het aantal internetaansluitingen het snelst. Al is het in Afrika nog steeds een voorrecht om met computers te werken, laat staan met internet. Het wordt vooral gebruikt door de Westerse backpackers en ontwikkelingswerkers, maar het aantal lokale gebruikers groeit. Internet wordt aangeboden in internetcafé’s, scholen, ziekenhuizen en op postkantoren (die klagen dat er minder post wordt verstuurd sinds de komst van e-mail en daarom een nieuwe markt zoeken). Internet is ook populair onder scholieren en studenten. Op schoolpleinen is het erg “cool” om elkaar met je Yahoo! e-mailadres aan te spreken.

Vroeger konden we via televisie al naar de ellende in Afrika kijken, maar konden zij op hun beurt niet zien hoe goed we het in het Westen hebben. Het grote verschil met zeg 10 jaar geleden is dat de Afrikanen nu via televisie en internet naar het Westen terug kunnen kijken. En waar kijken ze naar? Een blik in de historie van de browsers in een aantal internetcafe’s onthult dat de Afrikaanse jongeren internet voor dezelfde doeleinden gebruikt als de Westerse jeugd: e-mail, games, muziek, chatten, dating en porno. Een recente trend is de opkomst van Skype, waarmee je kunt telefoneren via het internet. Daarnaast wordt internet door veel Afrikanen gezien als de sleutel naar het Westen. Er wordt opvallend veel gegoogled op scholarships en donors.

Strategisch klikken

Een bezoek aan Afrika is op het gebied van ICT een reis terug in de tijd. Welkom terug in de wereld van Windows 95, blauwe schermen, 640 x 480, floppy disks en matrix printers. Naast het gebrek aan goede computers, de slechte infrastructuur en de hoge kosten is het lage kennispeil een groot obstakel voor computergebruik in ontwikkelingslanden. Het gebrek aan geschoolde ICT-ers zorgt er verder voor dat spam een extra grote plaag vormt voor ontwikkelingslanden. Computers worden namelijk door veel mensen tegelijk gebruikt en worden door alle spam en spyware erg traag. Een onervaren gebruiker klikt op iedere pop-up waar je veel geld of een auto kunt winnen. Gelukkig ontstaan er steeds meer computerschooltjes die wel markt zien in de digibeet.

Afrika slaat verder de stap van het vaste netwerk over en gaat direct over op internetten via satellietverbindingen en draadloze WIFI netwerken. Toch zijn de snelheden nog erg wisselend. Vanwege de traagheid van nog veel verbindingen leer je al snel om strategisch door een website te klikken, iedere extra klik kan namelijk een aantal minuten wachten betekenen. Gebruiksvriendelijke websites zijn hier (net zoals in het Westen eigenlijk) die websites waarbij je in zo weinig mogelijk klikken bij de gezochte informatie bent.

Niet-gebruiksvriendelijke websites vallen hier dan ook sneller door de mand. Een voorbeeld: na het beantwoorden van een mailtje in Hotmail moet je eerst terug naar je inbox voordat je een volgend mailtje kunt beantwoorden. Met een breedbandverbinding in Nederland een verwaarloosbare klik, maar hier betekent dit soms minuten extra wachten. Toch zijn het nu nog vooral de Westerse ontwikkelingswerkers die hier in over de snelheid klagen, de Tanzanianen lijken er minder problemen mee te hebben.

Waar liggen de kansen?

De impact van internet in Afrika zou wel eens groter kunnen zijn dan in het Westen waar iedereen voor de komst van internet al op elkaar aangesloten was en toegang had tot informatie. Gebrek aan informatie is een groot probleem in veel ontwikkelingslanden. Kranten zijn vaak pas verkrijgbaar als ze al enkele dagen oud zijn en op het platteland zijn in de meeste gevallen helemaal geen kranten verkrijgbaar. Boeken zijn niet te krijgen en goede bibliotheken een zeldzaamheid. Televisie is slechts in steden beschikbaar en voor de meeste mensen onbetaalbaar. De belangrijkte bron van informatie in de meeste ontwikkelingslanden is mond op mond en radio. Met de komst van internet hebben mensen in ontwikkelingslanden ineens toegang tot alle informatie over de gehele wereld. Dit biedt veel kansen; kennis is tenslotte macht.

Via computers in gemeenschapscentra blijkt voor boeren zeer relevantie informatie (zoals marktprijzen en de weersverwachting) verspreid te kunnen worden. Soms wordt het verder doorgegeven met een eenvoudig printje aan de muur geprikt, via een luidspreker of een radio. Via internet kunnen boeren uitzoeken wat de marktwaarde van hun producten is. Zo zijn ze niet meer aangewezen op de tussenhandelaren. Bovendien zijn ze op deze manier niet meer beperkt tot de dorpsecononomie, maar hebben ze aansluiting bij de rest van de wereld.

De eerste belangrijkte functie van e-mail en mobiele telefonie in Afrika op dit moment is familiecontact. De Afrikanen hechten veel waarde aan familierelaties. Mensen wonen vaak ver uit elkaar, de afstanden zijn groot en de wegen zijn slecht. Brieven versturen duurt dagen tot weken, maar een e-mailtje of sms-je is zo verstuurd.

Naast familiecontact wordt e-mail en sms gebruikt om zaken te doen. Zakenlieden die eerst naar de stad moesten lopen kunnen nu met een e-mailtje rechtstreeks met de afnemer onderhandelen over de prijs of controleren of de nieuwe grondstoffen al geleverd zijn.

Internet biedt kansen voor het onderwijs, de gezondheidszorg, landbouw en de zakenwereld. In de eerste plaats als bron voor kennis, maar ook voor contacten, ervaringsuitwisseling, zaken doen en samenwerken. De overheid kan internet gebruiken om met de bevolking te communiceren.

Door informatie online te plaatsen neemt de transparantie van het overheidsbeleid enigszins toe, iets wat tot nu toe een groot probleem is in veel Afrikaanse landen. Internet leidt tot meer objectieve berichtgeving en meer pluriformiteit in meningsuiting. Nieuwsvoorziening is in Afrika altijd gedomineerd geweest door een kleine elite die beslist welke informatie geschikt was voor de bevolking.

“You can fool some people sometimes, but you can’t fool all the people all the time”
— Bob Marley

Dankzij internet kan iedereen nu alle nieuwsbronnen over de gehele wereld raadplegen, van onafhankelijke nieuwssites tot en met het groeiend aantal weblogs. Voor het eerst in de geschiedenis beschikken de Afrikanen nu over alle informatie en kunnen ze hun eigen mening vormen. Het wordt echt spannend als de Afrikanen zelf weblogs gaan gebruiken om hun verhaal vertellen.

E-business lijkt voor veel ontwikkelingslanden nog een stap te ver. Internet is slechts een hulpmiddel om informatie uit te wisselen. De meeste e-handel kent echter een fysieke dimensie. De douane, infrastructuur, logistiek, leveringstijden en kwaliteitscontrole zijn er nog niet klaar voor in de meeste ontwikkelingslanden. Naast deze fysieke dimensie blijkt uit onderzoek dat internet vooral geschikt is om bestaande relaties uit te bouwen, en minder geschikt om nieuwe relaties op te bouwen.

Toch kan internet, ondanks deze obstakels, een belangrijke aanjager worden voor de economische groei in ontwikkelingslanden. Neem bijvoorbeeld toerisme. Dit is de grootste en snelst groeiende economie van de wereld, die veel kansen biedt voor ontwikkelingslanden. Omdat toerisme nauwelijks een fysieke component kent, maar vooral uit informatie bestaat, kan hier de tussenhandel uitgeschakeld worden. Waarom zou je je vakantie niet via internet rechtstreeks in Tanzania boeken, zodat het geld ook daar terecht komt waar het hoort, bij de lokale bevolking?

Hoe bouwen we een digitale brug?

Maak van Afrika geen kopie van het Westen

Een computer is voor veel Westerlingen al een ingewikkeld apparaat, laat staan voor een Afrikaan die nog nooit een afstandsbediening heeft vastgehouden of een magnetron heeft bediend. Eigenlijk is een computer zoals wij die kennen een veel te ingewikkeld apparaat voor de meerderheid van de mensen in ontwikkelingslanden.

Naast de gebruiksonvriendelijkheid is de Westerse computer vaak niet bestand tegen de extreme weersomstandigheden (zon en veel stof) in Afrika. De laptop die op dit moment door het technologie-instituut MIT (Boston, USA) speciaal voor ontwikkelingslanden wordt ontwikkeld lijkt een uitkomst. De laptop is klein, mobiel, opwindbaar, heeft een rubber omhulsel, draait op Linux en kost slechts 100 dollar.

Content is een andere uitdaging. De content op het web is nu vooral door en voor het Westen gemaakt en niet altijd even toepasbaar in Afrika. Het is essentieel dat mensen in ontwikkelingslanden wordt geleerd hoe ze hun eigen websites kunnen maken. Daarom is het belangrijk dat open source software geïntroduceerd wordt en mensen opgeleid worden in het schrijven van hun eigen applicaties. Zo is bijvoorbeeld het open source software pakket “Open Office” al vertaald in het Swahili, iets waar Microsoft voor zijn eigen producten geen brood in zag.

De kans is groot dat er nieuwe vormen van communicatie en informatie-uitwisseling ontstaan die meer toegesneden zijn op de Afrikaanse situatie. In Afrika heerst bijvoorbeeld meer een cultuur van verhalen vertellen dan van lezen. Toch bestaat het web vooralsnog grotendeels uit teksten. Misschien hebben toepassingen als “podcasten” (radio-uitzendingen als mp3-bestand) wel een grote toekomst in Afrika.

Maak van Afrika geen menselijke dierentuin

“Liefdadigheid is geen gezonde basis voor een relatie tussen mensen en daarom geen oplossing voor armoede.” Volgens Muhammad Yunus uit Bangladesh, oprichter van de Grameen Bank die kleine leningen verstrekt aan arme mensen, worden met liefdadigheden hele economieën gevangen gehouden in menselijke dierentuinen. “In de dierentuin krijgen de dieren op tijd te eten en er is een dokter als ze ziek zijn, maar: ze zijn gevangen. Ze hebben nog wel een vaag instinct dat vertelt dat ze op jacht moeten gaan, maar ze worden niet uitgedaagd om dagen achtereen hongerig te zijn en een prooi te zoeken. De dieren zijn niet zo scherp en inventief als ze in de wilde natuur zouden zijn.”

Arme mensen worden al jaren door veel goedbedoelde liefdadigheidsinstellingen gevangen gehouden in deze menselijke dierentuin. Het wordt tijd dat we het hek open zetten. Je moet arme mensen behandelen zoals jij wilt worden behandeld. Geef hen dezelfde faciliteiten waarover jij ook beschikt. Zo moeten ze toegang krijgen tot ICT-faciliteiten, kennis en goede opleidingen. En ze moeten ook een lening kunnen afsluiten bij een bank, net zoals rijke mensen. Geef geen vis, geef ook geen hengel, maar leer de Afrikanen via Google op te zoeken hoe je het beste kunt vissen en geef vervolgens een lening zodat ze hun eigen visbedrijf kunnen starten en op deze manier met een digitale sprong de armoede kloof kunnen dichten.

Meer informatie

Lezen

Praten

Doen

Auteur

Bart Lacroix

werkt als organisatie adviseur voor VSO in Tanzania. Op zijn weblog beschrijft hij z’n indrukken en belevenissen. Zo is hij het project www.budap.org gestart waarbij mensen met een handicap traditionele trommels vervaardigen. Bart schreef voor Naar Voren eerder het artikel Open Source Marketing.

Publicatiedatum: 09 november 2005

Let op

Naar Voren is op 18 juli 2010 gestopt met publiceren. De artikelen staan als een soort archief online. Het kan dus zijn dat de informatie verouderd is en dat er inmiddels veel betere of makkelijkere manieren zijn om je doel te bereiken.

Copyright © 2002-2022 » NAAR VOREN en de auteurs