» direct naar zoek en menu

Tijdschrift voor webwerkers » Artikel #97

IA verkenning - Rol of discipline?

  1. De Discipline en de Rol
  2. Inheemse gebruiken
  3. Verkleden in Labjassen
  4. Dan Gebeurt er een Wonder
  5. De Architect van Morgen
  6. Geheimen en Boodschappen

Deel 1 van 6: De Discipline en de Rol

Er is een discipline die bekend staat onder de naam informatie-architectuur. En er is een rol, bekend als de informatie-architect. Ze hebben zich min of meer tegelijkertijd ontwikkeld, en tot op heden is het zo geweest dat bespreking van het één direct ook bespreking van het ander betekende. Maar misschien is het tijd dat dat verandert.

Een verslechtering van de economie komt nooit gelegen, maar voor de mensen in de informatie-architectuur kwam de recente economische crisis wel heel ongelegen. Net nu we goed op weg waren bij het duidelijk maken van de waarde die wij als beroepsgroep toevoegen aan het web-ontwerpproces, dwingen de economische omstandigheden ons om nog harder aan onze evangelisatie te werken, terwijl we op moeten boksen tegen de sceptische houding van klanten die onder druk staan van de economische omstandigheden, en die enigszins murw zijn van vijf jaar dot-com gouden bergen verhalen.

Op het hoogtepunt van de Nieuwe Economie hadden sommigen van ons zelfs het idee dat ons werk erkend zou worden in de zakenwereld en dat men zou inzien dat het zó cruciaal was voor het succes van welke onderneming dan ook dat de verantwoordelijkheid voor deze onderwerpen onvermijdelijk terecht zou komen in de top van de organisatie (de fantastische en niet-bestaande positie van 'CXO'). Nu de verslechtering doorzet voelen de discipline en de rol beiden aan alsof ze met uitsterven bedreigd worden.

Ons antwoord is tot nu toe geweest dat we onze rijen sloten en poogden een goed verkoopverhaal en zakelijke onderbouwing voor ons werk op te stellen. Maar we weten eigenlijk niet precies wat het nou is dat we proberen te verkopen. Verkopen we het idee van informatie-architectuur, of het idee van de informatie-architect? Door deze verwarrende situatie zijn we verzeild geraakt in een eindeloos heen-en-weer gepraat over hoe we aankijken tegen de discipline en de rol.

Er is een denkwijze die de discipline probeert te definiëren gebaseerd op de rol. Dat gaat ongeveer als volgt: "Ik ben een informatie-architect, daarom is alles wat ik doe informatie-architectuur"

Definities gebaseerd op de rol hebben van nature de neiging breed uit te waaieren. Omdat de verantwoordelijkheden die bij de rol horen zo enorm verschillen van organisatie tot organisatie wordt de definitie van de rol al maar groter en groter. Deze formulering leidt tot de zogenaamde 'grote IA' – een definitie die een brede diversiteit aan verantwoordelijkheden omvat, waaronder zakelijke strategie, informatie-ontwerp, gebruikersonderzoek, interactie-ontwerp, procesbeschrijving... de lijst lijkt eindeloos.

De andere benadering is om de rol te definiëren uitgaande van de discipline. Wat het onderwerp informatie-architectuur dan ook precies is: de informatie-architect is iemand die zich in dat veld specialiseert.

Deze definities neigen van nature naar beperktheid. Om er voor te zorgen dat we iets nuttigs zeggen over de problemen die we tegenkomen in de informatie-architectuur en de mogelijke oplossingen, is het belangrijk om de scope van deze problemen op een zeer concrete manier te definiëren.

Het resultaat hiervan is 'kleine IA' – toegespitst op de organisatie van content en de structuur van informatie-omgevingen. Maar wanneer deze definitie (bedoeld voor de discipline) toegepast wordt op de rol, komt bij sommigen onmiddellijk de angst op dat ze te veel ingeperkt zullen worden, gevangen in een rol die zó nauw omschreven is dat veel van de elementen die noodzakelijk zijn voor het succes van welke architectuur dan ook buiten de invloed van de architect liggen.

De uitbreiding van de rol van de informatie-architect werkt misschien wel in het voordeel van de persoon die die rol vervult (hoewel dat misschien nu minder is sinds de verslechtering van de economie), maar het is vrijwel zeker in het nadeel van de discipline in zijn geheel. Zich beroepend op de holistische aard van het informatie-architectuurwerk zijn sommigen duidelijk niet tevreden voordat ze invloed hebben over alle aspecten van het werk die van invloed zouden kunnen zijn op de architectuur. Deze manier van denken riekt naar de ergste vorm van arrogantie en ondermijnt iedere poging om bedrijven te overtuigen van de waarde van de discipline. Hoe meer macht je probeert op te eisen, hoe moeilijker het is om anderen er van te overtuigen dat ze het aan je moeten geven.

Voor veel mensen in het vak is het moeilijk geworden om in alle redelijkheid aan deze discussie deel te nemen. Als het definiëren van de rol ter sprake komt, is dat altijd een bedreiging van iemands idee van zijn identiteit – als de rol uiteindelijk anders gedefinieerd wordt dan mijn functie-omschrijving, betekent dat dan dat ik geen informatie-architect meer ben? Of nog erger: dat ik een oplichter ben?

Het resultaat hiervan is dat we in cirkeltjes ronddraaien, waarbij de definitie van de discipline die de ene persoon hanteert botst met de definitie van de rol die een ander gebruikt en vice versa. Met geen van beiden definities komen we zo ergens.

Elke definitie die breed genoeg is om de rol te omvatten is te breed om een goed beeld te geven van de discipline; elke definitie die nauw genoeg omschreven is voor de discipline is te smal voor de rol. Het lijkt alsof we ons in een impasse bevinden. Hoe we het ook proberen: we kunnen de twee definities niet op elkaar baseren. Het lukt niet om beide dingen tegelijk te doen, het levert alleen het klassieke probleem van de kip en het ei op.

De enige oplossing is om de definitie van de discipline volledig los te koppelen van de definitie van de rol. Dat lijkt tegen het gezond verstand in te gaan, maar is in werkelijkheid zeer verstandig en niet zonder precedent in andere vakgebieden. De dirigent van een orkest heeft bijvoorbeeld een groot aantal creatieve- en beleidstaken: ‘dirigeren ’, hoewel zeker een deel van zijn werk, is bij lange na niet een beschrijving van alle dingen die tot zijn takenpakket behoren.

Er zijn zó veel creatieve uitdagingen die op onze aandacht wachten, maar in plaats daarvan lopen we maandenlang onze eigen staart achterna terwijl we proberen om basale termen te definiëren. De discipline in steeds bredere termen definiëren helpt ons niet bij het opbouwen van beter begrip van de creatieve uitdagingen. Een smalle definitie van de discipline geeft ons de mogelijkheid om een serie problemen heel precies te omschrijven. En die precieze uitdrukkingsvaardigheid is absoluut onontbeerlijk voor welke discipline dan ook om zichzelf te verbeteren.

De rol zal ondertussen zichzelf wel bedruipen. Organisaties zullen blijven doen wat ze altijd doen: rollen definiëren zoals het uitkomt en mensen en budgetten zó inzetten dat ze resultaat opleveren.

Er is nog een andere, practische reden om de discussie over de discipline te scheiden van de discussie over de rol. Misschien is het namelijk wel zo dat om het idee van de discipline informatie-architectuur te behouden we het idee van de rol van informatie-architect helemaal los moeten laten.

Deel 2 van 6: Inheemse gebruiken

Informatie-architectuur omvat een breed spectrum van problemen. Maar onafhankelijk van de specifieke context of doelen van een bepaald informatie-architectuurproject is onze inzet altijd om structuren op te zetten die effectieve communicatie faciliteren. Dit idee is de kern van onze discipline.

Mijn achtergrond ligt in wat in ons beroep “content development” heet, een gebied wat de rest van de wereld “schrijven en redigeren” zou noemen. Om de één of andere reden hebben niet zo veel van ons de overgang van die wereld naar de wereld van IA gemaakt, en ik merk dat ik de verbindende factor vaak moet uitleggen.

Gedurende de hele geschiedenis van de mens is het zo geweest dat de mensen die het meest geïnteresseerd waren in effectieve communicatie diegenen waren die met taal werkten. Voordat er hypertekst was, voordat er zelfs tekst was, was er al taal: de gereedschapskist waarmee je informatie kunt structureren.

De meeste mensen denken bij het woord ‘redacteur’ aan iemand die gebogen zit over een bureau, een rode pen in de hand, bezig met het beoordelen van een eindeloze stroom van teksten en het corrigeren van d's en t's en slecht geconstrueerde zinnen. Maar de rol van de redacteur en de discipline van het redigeren zijn twee zeer verschillende dingen. Hoewel er absoluut een aantal mensen is dat zich specialiseert in dit soort werk komt er meestal veel meer kijken bij het werk van een redacteur.

In de meest brede zin is het de taak van een redacteur om schrijvers te helpen bij het effectiever maken van hun teksten. Zaken als grammatica, interpunctie en woordkeuze horen daar zeker bij, maar een groot gedeelte van de taak van een redacteur is het creeëren van effectieve structuren. De redacteur kan verantwoordelijk zijn voor structuur op veel niveau's, van de encyclopedie tot het deel tot het artikel tot de paragraaf tot de zin.

Net zoals de redacteur is de informatie-architect primair bezig met het creëren van informatie-structuren. Maar de discipline informatie-architectuur ziet deze verantwoordelijkheid in een heel ander licht. In de wereld van de informatie-architectuur worden alle structurele uitdagingen op dit moment gezien als varianten op hetzelfde probleem – het probleem van het terugvinden van informatie.

De discipline van het redigeren heeft ook te maken met problemen met het terugvinden van informatie. Veel publicaties hebben een structuur die er voor moet zorgen dat je informatie gemakkelijk kunt vinden: telefoonboeken, woordenboeken, atlassen. Maar deze boeken zijn slechts een heel klein gedeelte van de enorme berg materiaal die ieder jaar gepubliceerd wordt.

Al deze publicaties (diegenen die geen woordenboeken of atlassen zijn) hebben ook structuur. Maar die structuren hoeven niet te lijken op de geordende classificaties die je zou verwachten in een opzoekboek. Schrijvers en redacteuren gebruiken structuren om zeer verschillende doelen te bereiken. Sommige structuren worden gebruikt om je iets te leren, anderen om te informeren, weer anderen om te overtuigen.

Ik geloof dat informatie-architectuur ook dit bredere spectrum van problemen kan aanpakken en dat deze mogelijkheid latent al aanwezig is in de discipline zoals ze nu wordt uitgeoefend. Ik geloof dat het werkgebied van de informatie-architectuur zich uiteindelijk verder zal uitstrekken dan het terugvinden van informatie. Maar onze huidige aanpak zal niet voldoende zijn om de informatie-architectuur tot volle wasdom te brengen.

Als je een redacteur van een tijdschrift of krant zou vragen of de structuur van haar product getest was bij lezers voor publicatie zou ze je uitlachen. Voor haar is het maken van effectieve structuren een kwestie van het uitoefenen van haar professionele beoordelingsvermogen – een beoordelingsvermogen dat aangescherpt is door jaren van uitproberen en zuurverdiende ervaring in haar beroep.

Voor haar is het bewijs van haar effectiviteit in haar discipline haar vermogen om dat beoordelingsvermogen te laten zien. Voor haar is dat beoordelingsvermogen de enige echte bestaansreden van haar rol. Voor haar is het idee absurd dat ze dat professionele beoordelingsvermogen los zou laten en in plaats daarvan haar rol anders in zou vullen, namelijk als een doorgeefluik waardoor uitkomsten uit onderzoek resulteren in structuren.

En weet je wat? Ze heeft helemaal gelijk.

Deel 3 van 6: Verkleden in Labjassen

In de hoofden van velen buiten de discipline is 'informatie-architectuur' al zo'n beetje een synoniem voor 'usability'. Het is makkelijk om te begrijpen waarom mensen die werken in een discipline die zo nieuw is als die van ons willen aanschurken tegen een bestaande dicipline die al enig succes heeft geboekt met het duidelijk maken van haar geloofwaardigheid. Maar door informatie-architectuur zo vast te plakken aan onderzoek lopen we het risico dat we de geloofwaardigheid die we zo graag willen juist ondermijnen.

De huidige mode in het denken over informatie-architectuur is dat de enige goede architectuur er één is die gebouwd is om een fundament van gebruikersonderzoek, uitgevoerd voordat de ontwerpfase begint - en die wordt gevalideerd door gebruikerstesten. Maar het samen laten vallen van onderzoek en architectuur – en de conclusie dat het één niet zonder het ander kan bestaan – is een bedriegelijke oversimplificatie.

In het beste geval houden we zo onze klanten voor de gek. In het ergste geval houden we ook onszelf voor de gek.

Op het moment dat we onze beslissingen rond de architectuur verpakken in onderzoek proberen we ze 'kogelvrij' te maken. Het is immers veel makkelijker om wetenschappelijke resultaten te verdedigen dan om je mening te verdedigen, zelfs wanneer die mening voortvloeit uit ervaring en vakkennis. Maar wat er hier aan de orde is is geen wetenschap – het is pseudo-wetenschap. Als we onze overtuigingen verpakken in onderzoeksgegevens worden ze nog niet vanzelf wetenschappelijk, net zoals wij nog geen wetenschappers worden als we een laboratoriumjas aantrekken.

Onderzoek brengt het meeste op voor architectuur op het moment dat het tracht het probleem te definiëren dat wij moeten oplossen. Onderzoek brengt het minste op – en kan zelfs heel slechte resultaten opleveren – op het moment dat het de juiste oplossing probeert te definiëren.

Het is niet altijd makkelijk om te zien of een onderzoek een probleem of een oplossing definieert. Gedurende het onderzoeksproces kunnen goedbedoelde pogingen om het probleem uit te diepen resulteren in suggesties voor oplossingen – vooral wanneer de persoon die het onderzoek doet ook verantwoordelijk is voor het bedenken van de oplossing.

De structuur van een onderzoek kan al een bepaalde oplossing suggereren. En op dezelfde manier kan het proces van het analyseren van onderzoeksgegevens vooroordelen en aannames bevatten die één bepaalde oplossing dicteren. En omdat dit soort studies niet onderworpen worden aan een beoordeling voor publicatie door anderen in hetzelfde vakgebied, komen fouten in de gebruikte methode en vooringenomen resultaten nooit aan het licht.

Nog erger dan een onderzoek dat impliciet een oplossing suggereert is een onderzoek dat expliciet ontworpen is om die oplossing op te leveren. "De gebruikers hebben ons verteld hoe de informatie georganiseerd moet worden – je hoeft het alleen nog maar te implementeren!"

Onderzoek kan buitengewoon nuttig zijn in die gevallen waarin de doelen van de bezoekers duidelijk geïdentificeerd en gemeten kunnen worden. Het terugvinden van informatie is bijvoorbeeld één van die gevallen, e-commerce een andere. Maar onderzoek is niet zo geschikt om werkelijk iets bruikbaars te zeggen over doelen die buiten deze beperkte domeinen liggen.

Zelfs het best ontworpen onderzoek is geen vervanging voor een ervaren architect. De hele inzet van een door onderzoek gedreven architectuur is dat de gebruiker nooit ergens door verrast wordt op de site. Onderzoek is perfect voor het creeëren van een architectuur waarin alles voorspelbaar en bekend is. In sommige gevallen, zoals het terugvinden van informatie en e-commerce, is dat ook precies wat we willen.

Maar in veel gevallen moet de architectuur tegemoet komen aan de behoeften van een publiek dat niet bekend is met het onderwerp van de site. En soms - bijvoorbeeld wanneer het doel van de architectuur is dat het publiek iets leert of ergens van overtuigd wordt - kan het verrassingseffect één van de belangrijkste gereedschappen van de architect zijn. Maar een architectuur die het directe resultaat is van onderzoek is een garantie dat dergelijke verrassingen nooit zullen optreden.

En verder zouden we deze nieuwe architectonische benaderingen nooit ontdekken als we ons te veel verlaten op gebruikerstesten als de belangrijkste manier om ons werk te valideren.

Toen ik op de middelbare school zat, volgde ik een vak dat in naam over taalvaardigheid en woordenschat ging. Op de eerste lesdag kwam ik er achter dat het eigenlijke doel van de lessen was om door de SAT te komen, de gestandaardiseerde (Amerikaanse) test die een van de belangrijkste selectiemethodes is bij de toelatingsprocedure voor 'college'.

We leerden geen algemene regels om ons taalgebruik te verbeteren, of onze woordenschat te vergroten. Wat we wel leerden, en waar we regelmatig in gedrild werden, was hoe de SAT-test in elkaar zit, hoe de vragen zijn geformuleerd en hoe we effectief konden gokken als we het antwoord niet wisten. Maar door de test komen is nog niet hetzelfde als de stof beheersen.

Met gebruiksvriendelijkheid is hetzelfde aan de hand. Als we de test aanwijzen als de ultieme bepaler van succes of falen, zijn we eigenlijk alleen bezig met ons specialiseren in het door de test komen. De ongeschreven wet van de gebruiksvriendelijkheid is dat de meest efficiënte aanpak ook de beste aanpak is. Maar ook hier geldt: buiten dat kleine stukje van het proces waarin gemakkelijk gedefinieerd kan worden welke acties de gebruiker moet doen en wat zijn doelen zijn, is efficiency niet noodzakelijkerwijze het hoogste doel. Testen kan nooit alle mogelijke doelen van een architectuur of haar gebruikers boven water krijgen.

Als onze discipline volgens de huidige koers door blijft gaan, zullen we er achter komen dat we een grote hoeveelheid kennis over informatie-architectuur hebben verzameld, die uiteindelijk neerkomt op weinig meer dan een collectie tips & trucs om door de test te komen. Ondertussen zullen de creatieve problemen die inherent zijn aan ons werk nog even slecht begrepen worden als nu.

Deel 4 van 6: Dan Gebeurt er een Wonder

Er is een bepaald type bericht dat je vaak ziet op mailinglists die zich bezig houden met informatie-architectuur. Het ziet er ongeveer zo uit:

"Ik heb jullie hulp nodig. Ik heb een oplossing voorgesteld die - zoals iedereen op deze lijst direct zou zien - een prima oplossing is. Maar iemand anders in mijn organisatie heeft een voorkeur voor een andere mogelijkheid die - zoals iedereen op deze lijst direct zou zien - volkomen onwerkbaar is. Weet iemand van een onderzoek dat bewijst dat ik het bij het rechte eind heb?"

Het echte probleem hier is niet een gebrek aan bewijs - het is een gebrek aan geloofwaardigheid. De vernedering van de informatie-architect is langdurig. Eerst moeten we uitleggen wat we doen. Dan moeten we uitleggen waarom dat belangrijk is. En als ze dat gedeelte begrijpen, denken onze klanten dat zij het ook wel kunnen doen. Als iets zo belangrijk is, dan moet het toch in ieder geval door iemand hoog in de eigen organisatie gedaan worden, nietwaar?

In een poging om de onze geloofwaardigheid te vergroten hebben we ons gewend tot het onderzoek om onze aanbevelingen te onderbouwen. Omdat we ongeduldig waren over onze eigen vaardigheid in het ontdekken van wat het beste werkt in dit nieuwe medium - en we ook nog het probleem hadden dat we mensen die niet bekend zijn met ons werkveld moesten overtuigen van nut & noodzaak van informatie-architectuur - zijn we te veel gaan leunen op onderzoek dat ons vertelt wat we moeten vinden.

De vermeende effectiviteit van deze aanpak heeft er voor gezorgd dat we proberen om ook de rest van wat we doen te 'verwetenschappelijken' en informatie-architectuur te destilleren tot een simpele formule, een stap-voor-stap proces, een aantal regels. Er zijn veel pogingen gedaan om het proces van informatie-architectuur vast te leggen. De verwachting lijkt te zijn dat we op de één of andere manier een standaard-aanpak kunnen vaststellen waarbij onderzoeksgegevens aan de ene kant naar binnen worden geschoven en aan de andere kant de ideale architectuur naar buiten wordt geperst.

Maar elke poging tot het vaststellen van een methodologie voor informatie-architectuur ziet er hetzelfde uit: grote bergen informatie over onderzoeksmethoden om aan het begin van het project de gebruikers te leren kennen, gevolgd door een uitgebreide catalogus van testmethodes voor gebruiksvriendelijkheidstesten. Maar wacht eens even – missen we hier niet iets? Wanneer wordt het echte architectuur-werk uitgevoerd?

Het lijkt allemaal nogal op een beroemde cartoon van Sidney Harris, waarin de ene wetenschapper het werk van de andere bekijkt op een schoolbord. Hij wijst naar een gedeelte van de formule en zegt: "Ik denk dat je bij stap twee wat duidelijker moet zijn." Het problematische gedeelte van de formule is waar de wiskundige notatie overgaat in de tekst "dan gebeurt er een wonder..."

In het geval van IA is het "wonder" het onstaan van de architectuur. Er is een steeds uitdijende massa kennis over het onderzoek dat je kunt gebruiken om informatie voor het creatieve proces te krijgen, en er is ook een set methoden voor het evalueren van de resultaten van het proces. Maar het proces zelf - de kern van ons werk - is nog steeds een mysterie, een gapend gat in ons begrip van de discipline informatie-architectuur.

We besteden al onze tijd aan het praten over allerlei dingen, behalve over het allerbelangrijkste gedeelte van wat we doen. Ironisch genoeg is het juist die nadruk op onderzoeksmethoden (bedoel om onze geloofwaardigheid te verhogen) die onze geloofwaardigheid onderuithaalt. De indruk die we creëren is dat iedereen die gewapend is met de "Zeven Stappen naar Succesvolle IA!" ons werk kan doen. Geen wonder dat het voelt alsof onze rol in gevaar is.

Iedere methode die het niet heeft over het creatieve proces is tragisch incompleet. En bovendien: als we doorgaan met het aanbevelen van welke aanpak die leunt op uitgebreid onderzoek dan ook als de Enige Ware Methodologie, riskeren we dat we juist die mensen uitsluiten wiens medewerking we nodig hebben als we de groei van de discipline willen waarborgen.

Deel 5 van 6: De Architect van Morgen

Het is wel vaker gezegd: specialisatie is voor insecten.

Maar specialisatie heeft een grote bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van de informatie-architectuur in de begindagen van het web. En zelfs nu zijn het de specialisten die de discipline in leven houden, terwijl de bedrijfstak alle extra personeelsleden in webontwikkeling afstoot die ze aangenomen hadden tijdens de hoogtijdagen van de Nieuwe Economie.

Ieder werkveld gaat door dit soort veranderingen en omkeringen heen. De uitdaging voor de praktizanten is om niet die strategieën te volgen die op korte termijn werken, terwijl ze de langetermijnontwikkeling van het werkveld juist in de weg zitten.

Onze reactie op de huidige economische werkelijkheid is geweest om ons in te graven en steeds te wijzen op het strategisch belang voor bedrijven van IA specialisten. Deze aanpak zou er heel goed voor kunnen zorgen dat sommigen van ons voorlopig nog verschanst blijven in die specialistische posities. Maar nadruk blijven leggen op specialisatie kan de onwikkeling van de discipline hinderen en kan de weinige schwung die we nog hebben na de goudkoorts verspillen.

In de komende jaren zal de markt voor de discipline blijven groeien, maar de markt voor de (gespecialiseerde) rol zal altijd slechts een klein gedeelte blijven van een grotere markt.

Specialisten zullen altijd een rol hebben in het geheel. Sommige organisaties hebben zó veel werk onder handen dat het van kritiek belang zal zijn voor hun succesvol functioneren dat ze een informatie-architect in huis hebben. Sommige organisaties die niet op alle momenten een gespecialiseerd IA-personeelslid nodig hebben, zullen wel zo nu en dan projecten hebben die groot genoeg of belangrijk genoeg zijn om een IA-expert binnen te halen. Organisaties die hun website nodig hebben om er geld mee te verdienen (in plaats van er geld mee te besparen) zullen al snel de waarde inzien van het ontwikkelen van IA-expertise.

Maar de meeste mensen die zich bezighouden met IA zullen zich er nooit exclusief op kunnen richten. De meeste organisaties zullen ook nooit een hoeveelheid werk op dit gebied hebben die het rechtvaardigt dat ze een full-time IA werknemer in dienst nemen. Voor de grote meerderheid van de organisaties zal het werk aan de website een kostenpost zijn, nooit een winstgevend onderdeel. Daardoor zullen de meeste teams altijd te weinig training, te weinig mankracht en een beperkt budget krijgen.

Als we heel veel geluk hebben zal de verantwoordelijkheid voor IA toegewezen worden aan iemand binnen deze teams. De functie van die mensen zou 'webdesigner' kunnen heten, of 'content editor' of 'projectmanager'. Voor elk van hen is de ervaring van de bezoeker slechts een van de verschillende onderwerpen waar ze zich mee bezig moeten houden. En het werk wat zij doen zal het overgrote deel zijn van de IA op het web.

De toekomst van de informatiearchitectuur ligt in hun handen, niet die van ons.

De vooruitgang binnen de discipline hangt af van de ontwikkeling en vastlegging van de benodigde kennis. Deze kennis kan alleen maar opgebouwd worden door goed na te denken over een groot aantal verschillende architectonische problemen en mogelijke oplossingen. Wat we vooral nodig hebben zijn goede testcases, en de inzichten die we krijgen door deze problemen zelf op te lossen.

Maar als specialisten hebben we maar beperkte middelen om zoiets uit te voeren. Hoe veel projecten kan een enkele specialist aan in een jaar? Zeker niet meer dan een dozijn, en in veel gevallen waarschijnlijk veel minder. Ondertussen zijn er voor iedere specialist veel meer niet-specialisten daar buiten aan het werk, in afzondering, terwijl ze elkaars fouten herhalen en met niemand delen wat ze geleerd hebben.

Om er voor te zorgen dat de discipline vooruitgang boekt, moeten we de dialoog openen voor deze niet-specialisten, om het mogelijk te maken dat zij hun bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de benodigde kennis. Maar aan de andere kant betekent dit ook dat wij moeten toegeven dat de discipline en de rol twee verschillenden dingen zijn, en dat de discipline beoefend kan worden door mensen in een groot aantal verschillende rollen.

Daarbovenop moeten wij doen wat we kunnen om de niet-specialisten te ondersteunen in het IA-werk dat ze doen. Uitgebreide methodologieën voor onderzoek zijn niet nuttig voor hen, omdat ze noch de mankracht noch de ondersteuning vanuit de organisatie hebben om op deze manier hun projecten uit te voeren. En zelfs als ze dat wel hadden zou diepgaande kennis van onderzoeks- en testmethoden nog niet er in slagen om van een slechte architect een goede te maken. Daarvoor is meer nodig.

Deel 6 van 6: Geheimen en Boodschappen

Mensen hebben me al vaak gevraagd naar het geheim van mijn succes als informatie-architect. Hier zal ik dat geheim voor de eerste keer onthullen.

Ik ga af op mijn fingerspitzengefuhl.

Natuurlijk is het niet genoeg om alleen met je fingerspitzengefuhl te werken. Je fingerspitzengefuhl moet ook goed zijn. Mijn intuïtie moet beter zijn dan die van mijn klanten – daarom huren ze mij in.

Ik denk dat ik zo goed kan gokken doordat ik een achtergrond in de journalistiek heb. Maar daarmee wil ik niet zeggen dat iedere informatie-architect naar de school voor journalistiek zou moeten gaan, of stage zou meoten lopen bij een krant. Wat we nodig hebben is een nieuwe aanpak, niet verbonden aan oudere discipline.

Iedereen is op zoek naar de geheime formule die het gok-element uit de informatie-architectuur zal halen. Maar gokken is een onontkoombaar onderdeel van ons werk. En belangrijker nog: de kwaliteit van de intuïtieve keuzes is wat een goede architect van een slechte onderscheidt.

Dat betekent overigens niet dat er geen plaats is voor onderzoek in het informatie-architectuurproces. Onderzoek kan ons helpen bij het verbeteren van ons fingerspitzengefuhl. Maar onderzoek zou een onderbouwing moeten zijn van ons professioneel beoordelingsvermogen, niet een vervanging ervan.

De perfecte onderzoeksmethode, geworteld in de algemeen aanvaarde wetenschappelijke principes van de ethnografie, contextual inquiry en human factors testing, zal absoluut niet nuttig zijn voor de massa's niet-specialisten die bezig zullen zijn met de meerderheid van de probemen in de informatie-architectuur. Wat deze mensen vooral nodig hebben zijn gereedschappen en technieken om hen te helpen bij het verhogen van de kwaliteit van hun gokwerk – ze helpen bij het verbeteren van hun intuïtie.

Mensen die zich bezighouden met informatie-architectuur hebben zeer diverse achtergronden, en nemen een groot aantal verschillende ervaringen mee bij het oplossen van architectuurproblemen. Maar ondanks al onze verschillen, is er één ding waar we het allemaal over eens zijn: de wereld heeft betere architecturen nodig.

Onderzoeksgegevens en formele methodologieën zijn nog geen verzekering voor een betere architectuur. Betere architecten zijn wél een verzekering voor betere architecturen. Maar niets van wat we op dit moment aan het doen zijn draagt bij aan een generatie van betere architecten.

Als we blijven werken vanuit een definitie van wat informatiearchitectuur is die vereist dat het werk uitgevoerd wordt door een specialist, zal de discipline stagneren en ter ziele gaan. Op dit moment bouwen we aan een kennisbibliotheek waarvan de belangrijkste vereisten – een toegewijde specialist, uitgebreide budgetten en tijd gewijd aan onderzoek – automatisch het grootste gedeelte van de dagelijks voorkomende gevallen. Zo'n aanpak zal de specialist tot steeds toenemende irrelevantie veroordelen, terwijl we verder en verder verwijderd raken van de manier waarop echte architectuur tot stand komt.

Net zoals de eindredacteur van het tijdschrift heeft de architect van morgen niet de luxe dat hij zich week na week kan bezighouden met steeds nieuwe ontwerpen en oplossingen die uitgetest kunnen worden. Ze hebben direct resultaat nodig. Ze hebben een beter fingerspitzengefuhl nodig. Wij, als een gemeenschap met een groot belang bij het onderhouden van de discipline, zouden hen moeten helpen bij het ontwikkelen van de vaardigheden die ze die betere intuïtie zullen opleveren. Denkgereedschappen, geen geheime formules. Vaardigheden, geen regels.

Om gereedschappen te ontwikkelen die breed toegepast kunnen worden, moeten we een dieper begrip opbouwen voor de creatieve denkprocessen die bij ons werk komen kijken. En als we die gereedschappen eenmaal hebben, moeten we manieren bedenken waarop niet-specialisten onze rijen kunnen versterken – waarbij we ook weer aantoonbare vaardigheden meer benadrukken dan kennis van methoden. Deze mensen zullen de meest vruchtbare bron van nieuwe inzichten in ons werkveld zijn, en we moeten hun medewerking toejuichen en stimuleren.

Bedrijven – de beslissers die er voor zorgen dat onze discipline überhaupt bestaat – zijn de achtbaan van de Nieuwe Economie uit komen rollen en voelen zich onvast ter been. Er zijn al te veel mensen geweest die ze knollen voor citroenen hebben verkocht.

Dat betekent voor ons een unieke kans. De keuzes die we nu maken zullen het beeld van ons werkveld bepalen, maar ook de richtingen die in de toekomst voor ons open zullen staan.

De juiste boodschap, een boodschap die eerlijk en aantrekkelijk is, zal ons de geloofwaardigheid brengen die we zo graag willen hebben en het respect dat we verdienen. De verkeerde boodschap – één die pseudowetenschap benadrukt boven professioneel beoordelingsvermogen, of er op uit is om managers te vertelen hoe ze hun bedrijf moeten besturen – zal alleen maar leiden tot voortdurende frustratie.

De boodschap die we zouden moeten uitdragen is de volgende:

Informatie-architectuur is een discipline die beoefend kan worden door mensen in een groot aantal verschillende rollen. Architecturen kunnen ontworpen worden om een groot aantal verschillende doelen te bereiken, niet alleen het terugvinden van informatie. De meest belangrijke factor in het succes van een architectuur is de vaardigheid van haar ontwerper. Deze vaardigheid wordt toegepast door middel van een combinatie van ervaring en professioneel beoordelingsvermogen, goed nadenken over uitkomsten van onderzoek, en weloverwogen creativiteit. Deze vaardigheid kan ontwikkeld en toegepast worden door specialisten, net zoals door niet-specialisten.

Alleen als we eerlijk zijn tegen onszelf over wat ons waardevol maakt, kunnen we anderen overtuigen van die waarde. Alleen als we vrijgevig zijn met onze kennis kunnen we alle vruchten plukken van die kennis. En alleen door het werken aan een cultuur waarin deze principes breed gedragen worden kunnen we de groei van ons veld voeden en ons toekomstige succes verzekeren.

Dit artikel verscheen eerder op AIfIA in het Nederlands

Auteur

Jesse James Garrett

werkt sinds 1995 aan het web – eerst als schrijver en interface developer, daarna als interface-ontwerper en informatie-architect. Op dit moment is zijn belangrijkste aandachtsgebied strategie voor de bezoekerservaring. Hij richtte het bedrijf Adaptive Path op om mensen te helpen bij het oplossen van problemen rond de bezoekerservaring.

Informatie-architectuur blijft zijn belangrijkste interesse houden tussen alle aspecten van de bezoekerservaring waar hij mee te maken heeft. Je kunt meer lezen over het werkveld en Jesse’s ideeën hierover op zijn pagina over IA. In 2002 schreef hij een boek over zijn werk: The Elements of User Experience.

Publicatiedatum: 26 december 2004

Let op

Naar Voren is op 18 juli 2010 gestopt met publiceren. De artikelen staan als een soort archief online. Het kan dus zijn dat de informatie verouderd is en dat er inmiddels veel betere of makkelijkere manieren zijn om je doel te bereiken.

Copyright © 2002-2016 » NAAR VOREN en de auteurs