» direct naar zoek en menu

Tijdschrift voor webwerkers » Artikel #53

Schrijven is geen kunst - Tekstschrijven? Prakken en rammen

Als je eerste zin bagger is, wordt de tweede met tegenzin gelezen. Dat zou dan deze zijn. Maar dat viel wel mee, toch?

Schrijven is namelijk helemaal niet zo ingewikkeld. Laat stáán dat je het kunst zou moeten noemen. De definitie van een goede tekst is zo simpel als de zestiende drummer van de Jostiband:

Een goede tekst bevat interessante informatie, die op een lekkere manier wordt gepresenteerd.

Zo. Dat is alles. We kunnen stoppen.

Wat?

Hoor ik daar iemand iets zeggen? Hoor ik ergens “... maar wát is nou eigenlijk interessant?”

Jij hebt dus duidelijk het diepe bord niet uitgevonden. Dat blijkt wel weer. Iets is namelijk interessant, dombo, als het jou op dat moment VRESELIJK BOEIT. Je bent er voor in de markt. Je ZOEKT het, je WILT het, en als je het vindt: dan VREET je het.

"... maarruh, hoe zit het dan met de lengte van een stuk tekst? Ik bedoel: wat is ideaal?"

Oké. Nu zul je het krijgen ook.

Ik hoor elke dag opnieuw dat mensen geen lange teksten lezen. Terwijl ik wéét dat dat onzin is. Hoeveel dwazen hebben de bijbel niet van voor naar achter tot zich genomen (en daarna nog een keer of twintig)? Zou Harry Mulisch, de koning van de immer dikker wordende Eeuwige Egodocumenten, zich zónder aanhangers kunnen handhaven? En zou je de telefoongids van Amsterdam geloven als–ie maar 12 velletjes dik was? Lang telt minder dan je denkt. Het gaat erom dat je de lezer geen tijd geeft om daar over na te denken. En daar zijn genoeg trucjes voor. Om maar eens wat te noemen:

deel je stuk slim in, met een duidelijke kop en een goed zichtbare staart. Zorg voor een strakke rode draad. Maak hapklare paragrafen. Verdeel lange zinnen in kortere, lekkere stukken. Betrek de lezer bij je tekst. Produceer ‘knikmomenten’. Vreselijk woord, ik weet het, maar het betekent dat de lezer zich kan identificeren met je verhaal en als het ware bevestigend knikt op wat je hem vertelt. En gebruik zoveel mogelijk cliffhangers aan het einde van een paragraaf, die de lezer ademloos naar het volgende gedeelte sleuren. Maar vergeet één ding niet...

... dat was bijvoorbeeld zo’n cliffhanger, die zin hiervoor. Slecht afgemaakt, ik geef het toe. Maar het was dan ook alleen maar even een voorbeeld. Je leest nog steeds, niet dan?

Waar waren we gebleven? Oh ja, ik vertelde dat een goede tekst een verzameling woorden is die er toe doet. En nou hóór ik je al stiekem denken: "Maar Marnix, hoe verzamel je zo'n verzameling? Hoe kóm je aan die woorden? Help me!"

Hier is mijn geheim...

Pak een leeg vel en begin gewoon een eind weg te typen. Kwak al je ingevingen, hoe vreemd en onsamenhangend ook, direct op papier of scherm. Lukraak woorden lozen werkt voor mij als een dolle. Typ en typ en typ tot je vingertoppen krijsend protesteren. En typ dan nóg wat. Stop. Neem wat rust.

Even een beetje bijkomen. Want nu heb je –als het goed is– de basis voor je stuk. Al ziet het er helemaal nog niet zo uit. Maar dat geeft niks. Mijn ruwe stukken, mijn vellen rospapier, zijn compléte slagvelden. Overal halve woorden, vage zinnen, bloedende vondsten, geamputeerde alinea’s. Een pokkenzooi. Maar... een pokkenzooi met potentie. Echt wel.

Als je veel moet schrijven, namelijk (zoals ik: ik ben een enorme teksthoer), kun je niet gaan zitten wachten op die goddelijke eerste zin. Dan kun je het je niet permitteren te treuzelen tót je dat hele stuk er in één keer perfect uit weet te knallen. Uitgebalanceerd en chronologisch ideaal. Waarom? Schrijven wordt dan namelijk gewoon een ambacht. Het is werk. Je moet het simpelweg doen, óók als die spirituele vonk toevallig op vakantie is.

Begin, dan eindig je vanzelf.

Oh, je begrijpt het nog niet helemaal? Hier, vooruit, een voorbeeld.

Ik moet, zeg maar, wat schrijven over een werkelijk ónverslijtbare autoband. Het wordt een folder van 18 pagina’s. Met hier en daar rake kreten van een regel of vijf. En verder gewoon wat langere stukken. Zoals dat hoort. Dacht je nou écht dat ik dan nèt zo lang wacht tot DE openingszin geboren is? Welnee, man. Ik begin gewoon...

Slappe band... in de regen merk je pas echt wat een goede grip voor je kan doen... goedkoop/duurkoop/miskoop...je raakt in een schreeuwende slip... met vrouw en pasgeboren kind op wintersport... de banden van EgoTyre zijn er in zestien formaten... cassetteband... neem een íets minder grote spoiler, koop 6 in plaats van 8 speakers, pak de lichtmetalen velgen in plaats van de líchte lichtmetalen velgen, maar beknibbel nooit op veiligheid... uitgebreid getest in de grauwe bergen van onguur Siberië...airbags zitten er tóch al in?... banden landen ...natuurlijk zijn er goedkopere opties. Maar is dát waar het om gaat? Is dat je ideale excuus als je straks bij de nog niet ingelichte ouders van die jongen van zestien op de stoep staat?... de eerste autoband werd in 1834 gefabriceerd... gratis test van uw huidige banden, dus waar wacht u nog op?... speciale aanbieding...ook als zomerband verkrijgbaar"

Schrijf gewoon direct wat er in je opkomt. Laat het maar lekker stromen. Associeer met ruime, vredige slagen. Wees niet streng in het begin; dat werkt enorm verlammend (“Dames en heren: welkom bij de brainstorm. Laten we mekaar vandaag de volledige vrijheid geven. Ah, Jansen, jij bent er ook weer? Ondanks vorige week?”). Structuur komt later wel. Beuk en tik en ram en verzin en lul en typ en doe maar raak. Op dit moment is alles éven belangrijk. Als-ie maar groeit, die tekst. En dan...

Stop met typen. Ik schreef het al. Gewoon kappen. Neem wat afstand. Ga schaken, filmen, eten, klagen, liegen, slapen, je vriend of vriendin beminnen of bouw in het uiterste geval een website. Doe wat anders. En keer dán pas weer terug naar je pasgeboren stuk. Nu kunnen we verder...

Lees alles door. En dan nog een keer. Goeie gedeeltes herken je meteen (daar ga je straks nog veel plezier aan beleven). Bagger valt ook direct op. Maar lees het. Lees het nog een keer. Zuig de woorden in je op. Dan gaat het langzaam leven ("Hé, dit stuk hier past goed bij dat stuk daar, en dan zet ik dít stuk ervoor!"). Zuig de woorden in je op. Verhuis alles waar je níet helemaal tevreden over bent naar een Spaarpagina. Wie weet komt het tóch nog van pas. En zuig de overige woorden nógmaals in je op.

Langzaam maar zeker ontstaat er een bepaalde route door je ruwe tekstlandschap. Je begint te voelen waar je heen moet. Je gaat schuiven en puzzelen. Plakt halve stukken achter hele zinnen. Typt ergens nog een tussenzin. En dán, dán ben je eindelijk klaar voor het vermoeiende maar belangrijke én zeer bevredigende... fijnslijpen.

Dat doen we de volgende keer.

Auteur

Marnix Pauwels

doet van alles wat. Voor zijn bedrijf Woedend! ontwerpt, maakt en schrijft hij dingen. En dat doet hij hier nog eens dunnetjes over.

Ooit was hij liedjesschrijver en zanger, copywriter en stukjesschrijver voor een hengelsportblad. Maar dat was ooit.

Publicatiedatum: 25 juni 2003

Let op

Naar Voren is op 18 juli 2010 gestopt met publiceren. De artikelen staan als een soort archief online. Het kan dus zijn dat de informatie verouderd is en dat er inmiddels veel betere of makkelijkere manieren zijn om je doel te bereiken.

Copyright © 2002-2016 » NAAR VOREN en de auteurs