» direct naar zoek en menu

Tijdschrift voor webwerkers » Artikel #161

WCAG 2.0 kan het niet alleen - toegankelijkheid beter verkopen

Sinds december 2008 zijn er nieuwe richtlijnen voor de toegankelijkheid van webcontent (WCAG 2.0). Eerdaags zal er ook een Nederlandse vertaling beschikbaar zijn. Om dat te vieren werd op 16 december 2009 een bijeenkomst georganiseerd door Stichting Accessibility en ISOC Nederland. Ik werd uitgenodigd om daar een presentatie geven over het plezier dat de nieuwe set richtlijnen ons als webwerkers geeft. Maar zijn de verschillen tussen WCAG 1.0 en 2.0 wel zo groot? En hoe geven we toegankelijkheid in onze projecten een betere positie?

Richtlijnen zijn saai

WCAG 1.0 stamt uit 1999. Het was erg gericht op de technieken die we – toen – gebruikten om webpagina’s te maken (voornamelijk HTML en CSS). Het was daardoor al zeer snel verouderd, dus nieuwe richtlijnen zouden snel volgen. We hebben echter 9 jaar moeten wachten voordat de werkgroep klaar was met de tweede versie van Web Content Accessibility Guidelines (WCAG) 2.0 dat de nieuwe norm is geworden. Om de richtlijnen beter te snappen zijn ze aangevuld met Understanding WCAG 2.0 en Techniques for WCAG 2.0. Dit zijn overigens geen normdocumenten.

De richtlijnen zijn niet echt de vrolijkst leesbare stukken tekst die je ooit hebt gelezen. Het is echter wel de moeite waard om er kennis van te nemen, zodat je weet wat er is veranderd. Troost je met de gedachte dat de kans groot is dat de derde set richtlijnen niet voor je pensioen zal uitkomen.

De stap van WCAG 1.0 naar WCAG 2.0 is niet groot

De grootste verandering van WCAG 1.0 naar WCAG 2.0 is dat het technologie-onafhankelijk is gemaakt. Er wordt geen onderscheid meer gemaakt tussen het beschikbaar stellen van je content via bijvoorbeeld HTML, PDF of Flash. Alles mag, als je je maar houdt aan de toegankelijkheidseisen. Als je kijkt naar “Comparison of WCAG 1.0 Checkpoints to WCAG 2.0, in Numerical Order” dan zul je zien dat er niet veel nieuw is beschreven en dat vooral de oude set richtlijnen meer beargumenteerd is verwoord. Eén van de doelstellingen was immers het toetsbaar maken van de criteria. Zo staat er nu niet meer zoiets vaags als “zorg voor voldoende contrast tussen voor- en achtergrondkleur”, maar heeft dit punt meetbare waarden gekregen en zijn er uitzonderingen beschreven voor grote letters, decoratieve afbeeldingen en logo’s. Verder is er meer ruimte voor “User Generated Content”, video en audio op je site. En natuurlijk de foutafhandeling van formulieren moet goed geregeld zijn (maar dat deed je toch al).

Roepende in de woestijn

Een goed front-end alleen was vroeger misschien zaligmakend om een toegankelijke site te maken, maar dat is het nu al lang niet meer. In de huidige projecten heb je meestal met veel meer factoren te maken: de opdrachtgever, de designer, de redactie, een SEO-bureau, de afdeling Marketing en Communicatie, het CMS, de browser, de gebruikte video-plugin en zo kan ik nog wel even doorgaan. Allemaal schakels waar het mis kan gaan. Gaat WCAG 2.0 er in haar uppie voor zorgen dat de resultaten van de Toeganklijkheidsmonitor 2009 en/of de Accessibility Monitor 2008 ineens verbeteren? Daar ben ik niet heel erg positief over. Als we kijken naar de ruimte die de WCAG op wikipedia vult dan moeten we constateren dat zelfs voor Freddy Mercury meer dan 15 keer zo veel woorden zijn gebruikt (en die is al jaren dood). De toegankelijkheidsrichtlijnen voor webcontent lijken dus niet heel interessant voor de grote massa.

Is toegankelijkheid wel belangrijk genoeg?

Natuurlijk willen we graag dat iedereen van onze sites gebruik kan maken: zo besteedt de opdrachtgever namelijk haar geld optimaal. Dat zijn mooie woorden, maar al jaren moeilijk te verkopen. En met een set richtlijnen alleen, of een waarmerk hier en daar, redden we het al jaren niet.

Wellicht hebben we al veel te lang geprobeerd om toegankelijkheid te verkopen met zware handicaps in het achterhoofd (een blind persoon, een motorisch gehandicapte die met een druksensor op zijn kin een soort van muisbesturing kan nabootsen). Met verkopen bedoel ik hier niet dat je er meer geld voor kunt vrijmaken, maar juist dat het een goede plaats binnen ieder project krijgt. De opdrachtgever loopt ook over straat en ziet daar ook niet of nauwelijks iemand met een zodanige handicap dat zij moeilijk van internet gebruik kan maken. Ik kan me dus prima voorstellen dat toegankelijkheid geen hoge prioriteit heeft.

Het verkopen van toegankelijkheid door de zware beperkingen te benoemen is nauwelijks een succes te noemen. Dat kregen we gaandeweg wel in de gaten, maar de redding leek nabij met Google als grootste blinde bezoeker. Nou, voor zoekmachineoptimalisatie kunnen we natuurlijk ook een SEO-bureau inhuren, denkt de opdrachtgever, daarbij zie je immers aan de naam al dat ze er veel verstand van hebben. En zo geeft de oprachtgever geld uit aan zaken waar in het begin van het project al rekening mee gehouden had kunnen worden. Een gemiddeld SEO-bureau begint tenslotte in haar onderzoek bij het laaghangende fruit: de titels van de pagina, de header-structuur, de alt- en linkteksten. Allemaal zaken die inmiddels al door goede webbouwers en gelukkig ook door WCAG 2.0 zijn geregeld. Na het laaghangende fruit begint voor SEO de “alle beetjes helpen” route. Ik gun iedereen leuk werk daar gaat het me niet om, maar volgens mij kan het geld wel beter besteed worden. De oplossing ligt in de start van het project, en de zorg dat het gedurende het hele proces van het ontwikkelen van de site wordt gedragen.

Persona’s

Door gebruik te maken van persona’s kun je er voor zorgen dat zowel de opdrachtgever als ieder ander die betrokken is bij het project zich in gaat zetten voor een toegankelijke website. Elk project kent een aantal doelen waarvoor deze gemaakt is, en het maken van persona’s kan voor het duidelijk houden van dat doel een bijzonder handig hulpmiddel zijn. We kunnen deze persona’s ook een “zachte” handicap geven. Zo kunnen Berto Nieuwenhuizen, Martijn Borsboom en Annemarie de Waal uit het artikel van Marrije Schaake uit 2003 aangevuld worden. Ze zijn allemaal 6,5 jaar ouder geworden.

Beslissingen voor Berto

Onze gepensioneerde Berto gaat graag met zijn vrouw op vakantie, daar hebben ze alle tijd en voldoende geld voor. Hij boekt zijn vakanties en doet zijn bankzaken al een paar jaar volledig via internet. Een man om van te houden, want hij levert je klant geld op. Door het ouder worden van Berto is het wel wat lastiger om kleine letters te lezen. Het is voor de designer gemakkelijk om hier rekening mee te houden. Een beetje meer contrast tussen voor- en achtergrondkleur, voldoende regelafstand en niet een al te klein lettertje gebruiken doet wonderen. Bij het maken van linkjes, invoervelden en buttons houden we met zijn allen rekening met het gegeven dat door het ouder worden het iets lastiger wordt om de muis heel secuur te besturen. We maken het klikvlak voldoende groot.

Beslissingen voor Martijn

Martijn bouwt sinds drie jaar aan zijn eigen bedrijf. Toch wil hij nog graag de deur uit. Naar de klimwand, een musical of gewoon eten met vrienden. Zodra we een site maken waarop informatie is te vinden over musicals zorgt iedereen in het project er voor dat deze ook goed mobiel toegankelijk is. Dus Flash-interfaces, video of audio mogen best voor Martijn, als er maar gelaagd is gebouwd. En op die manier kan Martijn ook in de kantine van de klimwand, of tijdens het eten met vrienden zijn server mobiel beheren.

Ja hoor, met persona’s gaan we de oorlog winnen…

Hoor ik daar een sceptisch iemand terecht een opmerking maken dat het hebben van deze persona’s ook geen garantie voor een toegankelijke site is? Tja, als je niks probeert gebeurt er ook niks. Ik weet inmiddels wel zeker dat de kloof van ontoegankelijke sites eerder in kleine stapjes gedicht zal worden dan in één grote. Dus als we de beperkingen wat dichter bij de belevingswereld brengen, van iedereen die bij onze projecten betrokken is, is de eerste stap in ieders hoofd al gemaakt. Zo’n man als Berto met zijn ouderdomskwaaltjes is wel belangrijk voor de mensen van marketing en sales. Je zou toch gek zijn om de deur voor deze klant dicht te houden. En zo is de stap naar volledige toegankelijkheid ineens veel minder groot.

Tenslotte

We kunnen het gaan proberen om met behulp van persona’s onze sites toegankelijker te maken en te houden. Probeer het eens, of laat het eens vallen bij de persoon die bij jullie verantwoordelijk is voor het maken van de persona’s. Als vervolgens blijkt dat dit ook al geen toegankelijke websites oplevert dan zit er misschien niks anders op dan wet- en regelgeving (of een beetje gepast fysiek geweld).

Auteur

Robert Jan Verkade

is onbezoldigd “opperhoofd” van NAAR VOREN en geeft regelmatig presentaties over het menselijk maken van websites.

Ondertussen verdient hij zijn brood met eend. Hij houdt zich bijzonder graag bezig met alles waarmee de sitebezoeker in aanraking komt.

Robert Jan organiseerde onlangs – samen met Stephen Hay – het succesvolle Grip2009, een tweedaagse workshop voor webprojectleiders dat dit jaar beslist een vervolg gaat krijgen.

Publicatiedatum: 26 januari 2010

Let op

Naar Voren is op 18 juli 2010 gestopt met publiceren. De artikelen staan als een soort archief online. Het kan dus zijn dat de informatie verouderd is en dat er inmiddels veel betere of makkelijkere manieren zijn om je doel te bereiken.

Copyright © 2002-2016 » NAAR VOREN en de auteurs